plassen

/ˈplɑsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) via de urinebuis vloeibare lichamelijke afvalstoffen lozen
    Hij heeft per ongeluk in zijn broek geplast.
    Ze waren naar buiten gegaan om te plassen maar werden daar plotseling omringd door een blauwe lichtbol.
  2. intr (intr) zich bewegen in een vloeistof (meestal water)
    De riemen plasten door het water.
  3. intr (intr) (m.n. van water) zich in grote stromen uitstorten
    Het water plaste door de keuken.
  4. intr (intr) (m.n. van water) opspatten
  5. intr (intr) (m.n. van water) klaterend stromen
  6. intr, huishouden (intr), (huishouden) met behulp van water iets schoonmaken; in deze betekenis vooral in de uitdrukking [zij houden van] wassen en plassen (waarbij het soms ook bet. 1 kan gaan)
  7. intr (intr) (in combinatie met "door") waden

Etymologie

*: "plas" met de uitgang -en

Uitdrukkingen

  • Tegen de wind in plassenIets doen wat onnodig extra moeilijkheden oplevert
  • In bloed plassenGrootschalig moorden

Vertalingen

Engelspee, wee, urinate
Fransfaire pipi, uriner
Duitspinkeln
Spaanshacer pis, mear, orinar
Poolssikać