nachtblinde

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnɑxtblɪndə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die erg slecht kan zien als er weinig licht is, lijder aan nachtblindheid
    Maar terwijl de blinde geleid wordt en gesteund door zijn fijne tastzin (…), en zo nodig geholpen wordt door de voorbijgangers, die hem, bij daglicht natuurlijk, kunnen zien, zal de nachtblinde volkomen stuurloos zijn (…)

Etymologie

*nachtblind met de uitgang -e