nachtlucht

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de koele, vochtige lucht van de late avond en nacht
    Ze stak haar hoofd uit het raam naar buiten, de vochtige nachtlucht in, en de gravin zag hoe haar tengere schouders schokten van het huilen en tegen de raamlijst bonsden.
  2. de nachtelijke hemelkoepel waaraan men sterren kan waarnemen
    Met de telescoop werden om de paar dagen foto's gemaakt van dezelfde stukken nachtlucht. Zo konden minieme lichtverschillen worden opgemerkt die mogelijk wijzen op onbekende hemellichamen. Op deze manier werden 50.000 nieuwe 'veranderlijke objecten' gevonden.
  3. de geur van wild, dat door jachthonden kan worden waargenomen