woorden
boek
Start
›
N
›
nachtploeg
nachtploeg
mannelijk/vrouwelijk (de)
/ˈnɑxtplux/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de groep werknemers die 's-nachts werkt
De vriend van mijn dochter werkt vandaag in de nachtploeg en daarna is hij twee dagen vrij.
Verwante woorden
nachecken
nacheckt
Nachitsjevan
nacho
nachochips
nacht
nachtaanval
nachtaap
nachtactie
nachtactief
nachtacties
nachtactieve
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← nachtpitten
nachtploegen →