neringdoende

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌnerɪŋˈdundə/

Wat is de betekenis van neringdoende?

neringdoende betekent: iemand die een winkel heeft

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die een winkel heeft

Voorbeelden van "neringdoende" in een zin

  • Het ene groepje studenten heeft vooraf overlegd met de neringdoende, het andere verrast de winkelier.
  • Een paar straten verderop worstelt Berkelland aan de Nieuwstraat al langer met winkelpanden die zijn 'wegbestemd': ondernemers mogen er niet zomaar meer allerlei detailhandel drijven, maar de bestemming is gekoppeld aan de tak van sport van de laatste neringdoende.

Betekenis en uitleg van neringdoende

Het woord 'neringdoende' verwijst naar iemand die zich bezighoudt met het maken van winst of het uitvoeren van commerciële activiteiten. Het is een term die vaak gebruikt wordt om de zakelijke kant van een activiteit te benadrukken, vooral in de context van de handel.

Je gebruikt 'neringdoende' meestal in situaties waarin je het hebt over mensen of bedrijven die actief bezig zijn met het genereren van inkomsten. Het kan een neutrale of zelfs positieve connotatie hebben, afhankelijk van de context, maar kan ook een beetje snedig overkomen als je het hebt over iemand die vooral op winst uit is zonder veel aandacht voor ethische overwegingen.

Voorbeelden

  • De neringdoende ondernemer zocht altijd naar nieuwe manieren om zijn producten beter te verkopen.
  • In deze tijd van crisis zijn er veel neringdoende bedrijven die hun strategieën moeten aanpassen om te overleven.
  • Hoewel ze neringdoend was, probeerde ze ook een duurzame benadering te hanteren in haar bedrijfsvoering.

Woordoorsprong

Het woord is afgeleid van 'nering', wat in het verleden vaak verwees naar het verkrijgen van winst of het voeren van handel, gecombineerd met het werkwoord 'doen'.

Veelgestelde vragen over neringdoende

Wat is de betekenis van neringdoende?

neringdoende betekent: iemand die een winkel heeft

Welk woordgeslacht heeft neringdoende?

neringdoende is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van neringdoende?

Synoniemen van neringdoende zijn: neringdoender, neringdoener, Belgisch-Nederlands, winkelier, middenstander.

Hoe gebruik je neringdoende in een zin?

Voorbeeld: “Het ene groepje studenten heeft vooraf overlegd met de neringdoende, het andere verrast de winkelier.

Etymologie

*samenstellend afgeleid van "nering" en "doend"

Vertalingen

Engelsshopkeeper