niettegenstaande

/ˌniteɣə(n)ˈstandə/

Betekenis

voegwoord
  1. ondanks het feit dat
    Niettegenstaande hij onder Rudolf II zijn functie kon behouden, verliet hij Wenen in 1578.
voorzetsel
  1. zonder te worden verhinderd door
    Er werd verteld hoe eens een abt verbood in zijn klooster Sinterklaasliedjes te zingen, niettegenstaande de smeekbeden van de monniken.

Etymologie

*: In de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1484

Vertalingen

Engelsnotwithstanding
Fransnonobstant, en dépit de, malgré
Spaanssin embargo