nachtportier
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die in de nacht de toegang tot een gebouw (met name een hotel of andere horecagelegenheid) regeltIk ging niet meer uit, nam een bijbaantje als nachtportier in hotel Bristol en nam genoegen met het verslag van mijn vrienden over wat er in de stad gebeurde.In hotel-restaurant Savelberg in Voorburg zijn in de oudejaarsnacht twaalf schilderijen gestolen terwijl de nachtportier lag te slapen. Een personeelslid ontdekte de diefstal 's morgens. De portier was volgens het hotel stuk van wat er gebeurd is.
Vertalingen
Engelsnight porter
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek