nuk

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) een grillige maar vooral ook lastige stemming of daad
    Het nare kind had weer zijn nukken.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘kuur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573