omklemming
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets of iemand heel strak vastpakken
- het benauwde gevoel van heel strak vastgepakt te wordenIk weet dat U groot bent en dat het een zonde is dit van U te vragen; maar laat in Godsnaam die volwassen wolf mijn kant op komen en laat Karaj - onder de ogen van oompje die daar staat te kijken - zich in een dodelijke omklemming vastbijten in zijn keel.
Etymologie
* van omklemmen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek