omklemming

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand heel strak vastpakken
  2. het benauwde gevoel van heel strak vastgepakt te worden
    Ik weet dat U groot bent en dat het een zonde is dit van U te vragen; maar laat in Godsnaam die volwassen wolf mijn kant op komen en laat Karaj - onder de ogen van oompje die daar staat te kijken - zich in een dodelijke omklemming vastbijten in zijn keel.

Etymologie

* van omklemmen