onkel

mannelijk (de)/ˈɔŋkəɫ/

Wat is de betekenis van onkel?

onkel betekent: (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder

Voorbeelden van "onkel" in een zin

  • Tijdens de vakantie helpt die student mee in de winkel van zijn onkel.

Betekenis en uitleg van onkel

Het woord 'onkel' verwijst naar de broer van een van je ouders. Het is een vertrouwd en vaak warm woord dat je gebruikt om te verwijzen naar deze familielid, die vaak een belangrijke rol speelt in je leven.

Je gebruikt 'onkel' wanneer je het hebt over de familieband tussen jou en de broer van bijvoorbeeld je moeder of vader. Dit woord komt vaak voor in gesprekken over familie, herinneringen of bij het bespreken van familiebijeenkomsten. De term kan ook een gevoel van affectie uitstralen, vooral als het gaat om een onkel die betrokken is bij je leven.

Voorbeelden

  • Mijn onkel komt dit weekend op bezoek en ik kan niet wachten om hem weer te zien.
  • Tijdens de familiebijeenkomst vertelde mijn onkel verhalen uit zijn jeugd die ons allemaal aan het lachen maakten.
  • Ze noemde haar onkel altijd een tweede vader, omdat hij zo'n belangrijke rol in haar opvoeding speelde.

Woordoorsprong

Het woord 'onkel' is afgeleid van het Oudgermaanse 'ankilaz', dat 'broer van de moeder' betekent. Het heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld en is in verschillende talen terug te vinden.

Veelgestelde vragen over onkel

Wat is de betekenis van onkel?

onkel betekent: (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder

Welk woordgeslacht heeft onkel?

onkel is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van onkel?

Synoniemen van onkel zijn: oom, nonkel.

Hoe gebruik je onkel in een zin?

Voorbeeld: “Tijdens de vakantie helpt die student mee in de winkel van zijn onkel.

Etymologie

*Ontleend aan het Franse oncle.

Vertalingen

Fransoncle, tonton
DuitsOnkel
Spaanstio
Italiaanszio
Portugeestio
Turksamca
Poolswuj
Zweedsfarbror, morbror, onkel