onkel
Wat is de betekenis van onkel?
onkel betekent: (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder
Betekenis
- (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder
Voorbeelden van "onkel" in een zin
- Tijdens de vakantie helpt die student mee in de winkel van zijn onkel.
Betekenis en uitleg van onkel
Het woord 'onkel' verwijst naar de broer van een van je ouders. Het is een vertrouwd en vaak warm woord dat je gebruikt om te verwijzen naar deze familielid, die vaak een belangrijke rol speelt in je leven.
Je gebruikt 'onkel' wanneer je het hebt over de familieband tussen jou en de broer van bijvoorbeeld je moeder of vader. Dit woord komt vaak voor in gesprekken over familie, herinneringen of bij het bespreken van familiebijeenkomsten. De term kan ook een gevoel van affectie uitstralen, vooral als het gaat om een onkel die betrokken is bij je leven.
Voorbeelden
- Mijn onkel komt dit weekend op bezoek en ik kan niet wachten om hem weer te zien.
- Tijdens de familiebijeenkomst vertelde mijn onkel verhalen uit zijn jeugd die ons allemaal aan het lachen maakten.
- Ze noemde haar onkel altijd een tweede vader, omdat hij zo'n belangrijke rol in haar opvoeding speelde.
Woordoorsprong
Het woord 'onkel' is afgeleid van het Oudgermaanse 'ankilaz', dat 'broer van de moeder' betekent. Het heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld en is in verschillende talen terug te vinden.
Veelgestelde vragen over onkel
Wat is de betekenis van onkel?
onkel betekent: (familie) broer of zwager van iemands vader of moeder
Welk woordgeslacht heeft onkel?
onkel is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je onkel in een zin?
Voorbeeld: “Tijdens de vakantie helpt die student mee in de winkel van zijn onkel.”
Etymologie
*Ontleend aan het Franse oncle.