ontvangstzaal

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ruime kamer waar men gasten welkom heet
    Graaf Turenne bracht hem naar de grote ontvangstzaal, waar een menigte generaals, kamerheren en Poolse magnaten (Balasjov had velen van hen gezien aan het hof van de Russische tsaar) wachtten.
    De brandweer werd erbij gehaald om het water weg te pompen uit de ontvangstzaal. Het museum kon gedurende de problemen gewoon open blijven.