salon

/saˈlɔn/

Wat is de betekenis van salon?

salon betekent: (bouwkunde) meestal wat chiquere woonkamer

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) meestal wat chiquere woonkamer
  2. meubel (meubel) (Vlaams) bankstel
  3. economie (economie) georganiseerde bijeenkomst of grote beurs [4]
  4. letterkunde, filosofie (letterkunde), (filosofie) kunstzinnige en/of filosofische bijeenkomst van geletterden, vaak bij iemand thuis gehouden; met name populair in Frankrijk in de 17e-18 eeuw

Voorbeelden van "salon" in een zin

  • In de salon keken we televisie.
  • Ik stond in de salon en poetste aan het chroomwerk en de flesjes.[https://www.dbnl.org/tekst/_maa003195601_01/_maa003195601_01_0111.php Kees ten Haken De buitenklant], Maatstaf. Jaargang 4 (1956-1957), p. 697
  • Het dienstmeisje gaf me een paar pantoffels toen ik mijn schoenen had uitgetrokken en bracht me naar de salon, want nu heette het salon en niet woonkamer.
  • In de paleizen van het tentoonstellingspark «HEIZEL» wordt het 62ste Internationaal Salon voor auto's, moto's en fietsen geopend.[http://aalst.courant.nu/issue/NGA/1984-01-13/edition/0/page/7?query= Nieuwe Gazet van Aalst], 13 januari 1984, p. 7
  • Vincent Voiture, in zijn gedichten en brieven, was de eerste in de salon van Madame de Rambouillet [om] zijn kwaliteiten van geest en moed in praktijk te brengen.[http://huweschap.com/article/madame-de-svign Madame de Sévigné], huweschap.com

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, verder te herleiden tot het Italiaanse salone. In de betekenis van ‘ontvangkamer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1863

Vertalingen

Engelslounge, parlour, salon
Spaanssala, salón