zitkamer

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɪtkamər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kamer in een huis met gemakkelijke stoelen.
    In de zitkamer keken we televisie.

Vertalingen

Engelsliving room
Franssalle de séjour
DuitsWohnzimmer
Spaanssala de estar, cuarto de estar, salón