zitkamer
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɪtkamər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kamer in een huis met gemakkelijke stoelen.In de zitkamer keken we televisie.
Vertalingen
Engelsliving room
Franssalle de séjour
DuitsWohnzimmer
Spaanssala de estar, cuarto de estar, salón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek