opengaan

/ˈopəŋˌɣan/

Wat is de betekenis van opengaan?

opengaan betekent: (erga) zich openen

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) zich openen
  2. (weer) in gebruik nemen

Voorbeelden van "opengaan" in een zin

  • Er is hier op de hoek net een nieuwe winkel opengegaan.
  • Rijkswaterstaat heeft vervanging gezocht. „Het is altijd even puzzelen. We hopen hem snel weer open te zetten”, zei de woordvoerder. Rijkswaterstaat verwachtte eerder vanochtend dat de tunnel rond 08.00 uur weer open zou gaan, maar dat is niet gelukt. Later stelde Rijkswaterstaat die verwachting bij naar 09.00 uur.
  • Toen het loket in maart voor de eerste keer openging, was het geld ook binnen enkele uren vergeven. Door de grote toestroom ontstonden toen zelfs IT-problemen.

Uitdrukkingen

  • deuren die voor iemand opengaandat iemand makkelijk contact maakt met mensen die niet makkelijk te benaderen zijn

Vertalingen

Engelsopen
Franss'ouvrir
Duitsaufgehen, sich öffnen
Spaansabrirse