opleider

mannelijk (de)/'ɔplɛidər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs, beroep (onderwijs), (beroep) een persoon of organisatie die iemand anders een vaardigheid leert
    De Maatschappij Tandheelkunde noemt het „onbegrijpelijk” Opleiders van tandartsen vinden het initiatief van de nieuwe bewindsman „onlogisch.”de Telegraaf RENÉ STEENHORST 25 jan. 2018
    Opvallend is dat de cursisten in hun moederland vaak goed werden opgeleid. Twee derde van de mensen die bij de tien grootste opleiders van het land inburgeren, is naar eigen zeggen middelbaar of hoogopgeleid. Maar bij het inburgeren laten ze de lessen op hoger niveau links liggen.de Telegraaf JAN-WILLEM NAVIS 08 apr. 2017

Etymologie

* van opleiden

Vertalingen

Engelsteacher, tutor, trainer