ouwe
mannelijk (de)/ˈɑuwə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ouder, vader, ouder persoon, iemand die er al lang isDat moet je maar aan de ouwe vragen!De ouwetjes hebben het prima naar hun zin gehad.
- (muziek) gouwe ~: een populair nummer dat in het verleden lang een topper geweest isWe draaien nog even een gouwe ouwe.
- (spreektaal) uitspraakvariant van "oude"Want stel je voor dat Sint hier in een ouwe, grauwe paardedeken was aangekomen. Hadden jullie hem dan herkend?Een pretpakket met ouwe grappige rotzooi die ik een week eerder in een tweedehandswinkel had gekocht voor mijn vrienden die drie dagen achter me liepen.
Etymologie
* verbastering van oude
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek