overgeven

/ˈovərˌɣevə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) de maaginhoud uitspugen
    Hij werd misselijk en hij moest overgeven.
    De kinderen hadden volgens "een bezorgde ouder en buurman" last van maag- en darmklachten als overgeven, diarree en buikpijn.
    Ze rende de donkere boomgaard in en voelde dat ze moest overgeven, haar lichaam kokhalsde de woorden eruit die ze niet kon vinden voor de angst die haar beving - dat het zover was, dat de golf was gekomen, het land verscheurd, haar broer gevangen en Olive - Olive zou weggaan.
  2. refl (refl) zich ~: de strijd staken en controle aan de vijand geven
    In mei 1945 gaven de nazi's zich eindelijk over.
    De rest van onze voorwaarden zullen wij bekend maken wanneer de stad zich heeft overgegeven en alle wapens zijn ingeleverd. Dit dient binnen drie dagen te gebeuren.{{Aut|Herzen, Frank
    Hij kon zich overgeven en in ieder geval voorlopig zijn leven redden.

Uitdrukkingen

  • Zich aan iets overgeven.

Vertalingen

Engelsvomit, surrender, capitulate
Fransvomir, capituler, se rendre
Duitssich übergeben, erbrechen, kapitulieren
Spaansvomitar, devolver, rendirse
Italiaansvomitare, rimettere, capitolare
Portugeesvomitar
Russischблевать, рвать, сдаваться
Japans吐く, 嘔吐する, 降服する
Koreaans게우다
Arabischاستسلم
Turkskusmak
Poolswymiotować
Zweedskräkas, spy, ge sig
Deensbrække sig, kaste op