kotsen

/ˈkɔtsə(n)/

Wat is de betekenis van kotsen?

kotsen betekent: (inerg), (informeel) de maaginhoud via de mond weer naar buiten werken

Betekenis

werkwoord
  1. inerg, informeel (inerg), (informeel) de maaginhoud via de mond weer naar buiten werken
  2. dysfemisme (dysfemisme) mondvocht/speeksel uitspugen

Voorbeelden van "kotsen" in een zin

  • Hij moest ervan kotsen.

Betekenis en uitleg van kotsen

Kotsen is het onwillekeurig uitwerpen van de inhoud van de maag, vaak als gevolg van misselijkheid of een onaangename smaak. Het kan een reactie zijn op voedsel dat slecht is of een teken van ziekte.

Je gebruikt het woord 'kotsen' meestal in informele of spreektaal, vaak wanneer iemand zich niet lekker voelt of na het consumeren van iets dat niet goed valt. Het heeft soms ook een negatieve of humoristische ondertoon, afhankelijk van de context. Bij jongeren kan het woord ook figuurlijk gebruikt worden om een sterke afkeer of walging aan te geven.

Voorbeelden

  • Na het eten van die oude vis begon ik te kotsen.
  • Hij kotsen bijna van het idee om weer naar die saaie vergadering te gaan.
  • Het was zo'n vieze film dat ik tijdens het kijken bijna moest kotsen.

Woordoorsprong

Het woord 'kotsen' heeft mogelijk zijn oorsprong in het Middelnederlands, waar het verwant is aan woorden die een soortgelijke betekenis hebben, zoals 'kotzen'.

Veelgestelde vragen over kotsen

Wat is de betekenis van kotsen?

kotsen betekent: (inerg), (informeel) de maaginhoud via de mond weer naar buiten werken

Hoeveel betekenissen heeft kotsen?

kotsen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van kotsen?

Synoniemen van kotsen zijn: braken, overgeven, spugen, spuwen.

Hoe gebruik je kotsen in een zin?

Voorbeeld: “Hij moest ervan kotsen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘braken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1562

Uitdrukkingen

  • Het is om van te kotsen(Letterlijk) Het is om erg ziek van te worden, ofwel: walgelijk/weerzinwekkend/vreselijk
  • kosten, stoken

Vertalingen

Engelspuke, barf
Fransgerber, dégobiller, dégueuler
Duitskotzen
Spaansprovocar