spugen

/'spy.ɣə(n)/

Wat is de betekenis van spugen?

spugen betekent: (inerg) speeksel uit de mond doen uitschieten

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) speeksel uit de mond doen uitschieten
  2. inerg, eufemisme (inerg) (eufemisme) maaginhoud via de mond weer naar buiten werken

Voorbeelden van "spugen" in een zin

  • Hij kreeg van z'n moeder straf omdat hij op de grond spuugde.
  • ‘Ik had mensen als Trump en Vance wel in hun gezicht kunnen spugen’[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/03/01/ik-had-mensen-als-trump-en-vance-wel-in-hun-gezicht-kunnen-spugen-a4884930 www.nrc.nl (1 mrt 2025)]
  • De jongen spuugde over de rand van het schip.

Betekenis en uitleg van spugen

Spugen is het proces waarbij je speeksel of andere vloeistoffen met kracht uit je mond laat komen. Het kan een reactie zijn op iets dat je niet lekker vindt of een manier om jezelf te bevrijden van iets ongewensts in je mond.

Je gebruikt het woord 'spugen' vaak in informele situaties, bijvoorbeeld wanneer je iemand vertelt dat je iets vies vond. Het kan ook een uitdrukking van afschuw zijn, zoals bij het spugen van een onaangenaam drankje. Daarnaast kan spugen in sommige culturen of situaties als onbeleefd worden beschouwd.

Voorbeelden

  • Na het proeven van de zure melk kon ik het niet helpen en moest ik spugen.
  • De jongen spugde op de grond tijdens het spel, waardoor zijn vrienden hem plaagden.
  • Ze moest spugen van het lachen toen hij die gekke grap vertelde.

Woordoorsprong

Het woord 'spugen' komt van het Oudnederlandse 'spūgan', wat 'uitwerpen' of 'verdrijven' betekent.

Veelgestelde vragen over spugen

Wat is de betekenis van spugen?

spugen betekent: (inerg) speeksel uit de mond doen uitschieten

Hoeveel betekenissen heeft spugen?

spugen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van spugen?

Synoniemen van spugen zijn: spuwen, braken, kotsen, overgeven, vomeren.

Hoe gebruik je spugen in een zin?

Voorbeeld: “Hij kreeg van z'n moeder straf omdat hij op de grond spuugde.

Etymologie

* Doublet van spuwen onder invloed van de verleden tijd spooch, spōghen en het voltooid deelwoord ghespōghen (waaruit spoog, spogen, gespogen), Middelnederlandse bijvormen van speech, spēghen, ghespēghen bij de infinitief spīen, waaruit de dialectvorm spijen; zie verder spuwen.

Vertalingen

Engelsspit, spew
Franscracher
Duitsspucken
Spaansescupir
Italiaanssputare
Poolspluć
Zweedsspotta