overwinning
vrouwelijk (de)/ˌovərˈwɪnɪŋ/
Wat is de betekenis van overwinning?
overwinning betekent: keer dat je wint
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- keer dat je wint
Voorbeelden van "overwinning" in een zin
- Het Ardennenoffensief is een historische overwinning voor de geallieerden.
- Slechts twee jaar later zeilde hij het mooiste en snelste jacht dat er toen was naar de overwinning in de Kielregatta en zat aan de tafel van de Kaiser bij het afsluitende banket, net verloofd met Ingeborg.
- Het viel hem op dat er veel politie was maar dat ze niet waren uitgerust met witte oproerhelmen en schilden. Dat was een stap vooruit, een kleine overwinning in de strijd tegen het vs-imperialisme. Je won de steun van het volk niet door met de politie te vechten.
Etymologie
* van overwinnen
Vertalingen
Engelsvictory
Fransvictoire
DuitsSieg
Spaansvictoria, triunfo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek