paardenkracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/'pardə(n)krɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een oude maat voor het arbeidsvermogen van machines, de arbeid die nodig is om 75 kilogram aan gewicht in één seconde 1 m omhoog te heffen. Afhankelijk van het land en toepassing circa 735 watt
    Met grote regelmaat zijn de bestuurders jonge gasten die het hele jaar in een Toyota Yaris rondrijden, geld sparen en dan een weekje in een te snelle auto rondjes gaan rijden", zo schrijft hij. "Waar het vaak mis gaat: grove zelfoverschatting van de rijvaardigheid in combinatie met te veel paardenkrachten.

Etymologie

* , letterlijk de kracht der paarden, de kracht die een paard langdurig kan volhouden.

Vertalingen

Engelshorsepower
Franscheval-vapeur
DuitsPferdestärke
Spaanscaballo de vapor, caballo de fuerza
Italiaanscavallo vapore
Portugeescavalo
Zweedshästkraft
Deenshestekraft