passant

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) voorbijganger
    Hij was slechts een toevallige passant.
  2. persoon (persoon) doortrekkend reiziger

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorbijganger’ voor het eerst aangetroffen in 1600