passivum

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) de lijdende vorm van een werkwoord
  2. het inactief iets ondergaan en aanvaarden
    Daarom is het volgens de auteurs een actuele vraag waar geloven houvast vindt. „Is er alleen het passivum van het door Christus gegrepen zijn, of is er ook een activum, een zichzelf kunnen vastgrijpen in de door God gegeven werkelijkheid?”

Etymologie

* uit het Latijn