pestvogels
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een familie van de zangvogels bestaande uit drie soorten. Deze vormen een duidelijke groep van fraaie vogels met duidelijke gemeenschappelijke kenmerken. Het zijdeachtige verenkleed is grijsbruin met een duidelijke kuif. Twee soorten hebben wasachtige toppen aan de armpennen. De lichaamslengte varieert van 15 tot 23 cm
Etymologie
* "pestvogel" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek