piesen

/'pisə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. het ledigen van de urineblaas
    Chloë blaast en Bromsnor jubelt: we hebben een A'tje! Chloë vloekt. Ze heeft haar rijbewijs niet bij zich en moet de bak in, tenzij ik het ding ophaal in Nigtevecht, met een taxi dus. Chloë moet piesen en de Somalische begeleidt haar naar de struiken. Chloë hurkt en roept: 'Ga toch boeven vangen, piskijkers.' Volkskrant ARTHUR VAN AMERONGEN 21 oktober 2013

Etymologie

* onomatopee

Uitdrukkingen

  • naast de pot piesenniet aan de beurt komen, geen kans krijgen
  • naast (buiten) de pot piesenoverspel plegen

Vertalingen

Engelspee