pikken
Wat is de betekenis van pikken?
pikken betekent: (ov) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
Betekenis
- (ov) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
- (ov) iets nemen, ontnemen
- (ov), (informeel) dulden, accepteren
- (ov), (dierkunde) (met de snavel) prikken
Voorbeelden van "pikken" in een zin
- Ze hebben mijn portemonnee gepikt.
- In rond de negentig procent van alle gevallen pikt de software de juiste boodschap uit een 'boe'.
- Ik pik het niet dat je tegen me scheldt.
- De vogel pikte het graan van de grond.
Betekenis en uitleg van pikken
Het woord 'pikken' verwijst naar het snel en vaak onopvallend nemen of afnemen van iets. Het kan zowel letterlijk gebruikt worden, zoals het pikken van voedsel, als figuurlijk, bijvoorbeeld in de zin van iets stelen of zich iets toe-eigenen.
Je gebruikt 'pikken' vaak in informele situaties wanneer je het hebt over het onrechtmatig of zonder toestemming nemen van iets. Het heeft vaak een negatieve connotatie, vooral als het gaat om stelen of ongewenst gedrag. Daarnaast kan het ook speelser worden gebruikt, zoals het pikken van een hapje van iemand anders zijn bord.
Voorbeelden
- Tijdens het feest kon ik het niet laten om een stukje van de taart te pikken voordat het officieel werd geserveerd.
- Hij had die mooie pen van zijn collega gepikt zonder het te vragen, wat tot een verhitte discussie leidde.
- De vogels komen vaak in de tuin om de zaden te pikken die ik heb uitgestrooid.
Woordoorsprong
Het woord 'pikken' komt waarschijnlijk van het Oudnederlandse 'picken', dat een vergelijkbare betekenis had. Het is verwant aan het Engelse 'pick', wat ook het nemen of kiezen van iets betekent.
Veelgestelde vragen over pikken
Wat is de betekenis van pikken?
pikken betekent: (ov) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
Hoeveel betekenissen heeft pikken?
pikken heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je pikken in een zin?
Voorbeeld: “Ze hebben mijn portemonnee gepikt.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘stelen’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Uitdrukkingen
- De pik op iemand hebben — Bij een kans het niet nalaten iemand steeds te pesten