pinksterdag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) een van de twee dagen van het pinksterfeest, pinksterzondag of pinkstermaandag
    De tweede pinksterdag is een officiële vrije dag.
    Nederlandse bioscopen hebben gisteren hun beste dag gehad sinds het begin van de coronapandemie twee jaar geleden. Op Eerste Pinksterdag gingen 189.263 mensen naar de film, meldt brancheorganisatie NVBF.