pisang

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpizɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fruit (fruit) vrucht van de bananenplant
  2. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht , waaraan bananen groeien
    {{ouds|1805
    Dat is maar een rare pisang, hoor.
  3. persoon, informeel (persoon) (informeel) iemand die ergens ernstig nadeel van ondervindt
    Zo werd hij de pisang.

Etymologie

*van """, in de betekenis van ‘banaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1596