pisang

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpizɑŋ/

Wat is de betekenis van pisang?

pisang betekent: (fruit) vrucht van de bananenplant

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fruit (fruit) vrucht van de bananenplant
  2. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht , waaraan bananen groeien
  3. persoon, informeel (persoon) (informeel) iemand die ergens ernstig nadeel van ondervindt

Voorbeelden van "pisang" in een zin

  • {{ouds|1805
  • Dat is maar een rare pisang, hoor.
  • Zo werd hij de pisang.

Betekenis en uitleg van pisang

Pisang is het Indonesische woord voor banaan. Het verwijst niet alleen naar de vrucht zelf, maar ook naar de verschillende soorten en variëteiten die in tropische gebieden groeien en vaak in de lokale keuken worden gebruikt.

Het woord pisang wordt vaak gebruikt in de context van de Indonesische en Maleisische keuken, waar het kan verwijzen naar gerechten zoals pisang goreng, gefrituurde banaan. Daarnaast kan het ook in gesprekken over fruit of lokale eetgewoonten opduiken. Het gebruik van het woord geeft vaak een tropische sfeer weer, waarmee je de exotische oorsprong van de banaan benadrukt.

Voorbeelden

  • Tijdens ons bezoek aan Bali genoten we van heerlijke pisang goreng als snack.
  • In de supermarkt zag ik verschillende soorten pisang, elk met een unieke smaak en textuur.
  • De Indonesische desserts zijn vaak verrijkt met pisang, wat zorgt voor een zoete en romige smaak.

Woordoorsprong

Het woord pisang is van oorsprong Maleis en wordt in verschillende varianten in de talen van de regio gebruikt, wat de verspreiding van de banaan in deze gebieden weerspiegelt.

Veelgestelde vragen over pisang

Wat is de betekenis van pisang?

pisang betekent: (fruit) vrucht van de bananenplant

Hoeveel betekenissen heeft pisang?

pisang heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft pisang?

pisang is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van pisang?

Synoniemen van pisang zijn: banaan, bananenboom, bananenplant, snuiter, gedupeerde.

Hoe gebruik je pisang in een zin?

Voorbeeld: “{{ouds|1805

Etymologie

*van """, in de betekenis van ‘banaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1596