plebs
onzijdig (het)/plɛps/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- massa van armste en minst aanzienlijke mensen uit de bevolkingRijke mensjes kijken is van alle tijden, dat klopt, maar bij het recente fenomeen van de wealth porn gaat het er anders toe. Er worden geen kanttekeningen meer gemaakt bij de extreme weelde. Vroeger was een klein deel van de bevolking ook al stinkend rijk, maar die lui liepen daar niet zo mee te koop. Uit vrees opstandige reacties van het plebs uit te lokken, vooral. Er was toen ook al minachting voor het gewone volk, maar toch ook het idee dat met de rijkdom een zekere verantwoordelijkheid kwam. de Standaard ZATERDAG 25 MAART 2017Een belangrijk lid van het kabinet van de Britse premier David Cameron is vrijdag opgestapt. Andrew Mitchell kwam vorige maand in opspraak doordat hij politieagenten zou hebben uitgescholden voor plebs en zich laatdunkend had uitgelaten over arbeiders. Tubantia 19-10-2012
Etymologie
* van Latijn """, in de betekenis van ‘het gewone volk’ aangetroffen vanaf 1824
Vertalingen
Engelsscum
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek