gepeupel

onzijdig (het)/xxxx/

Wat is de betekenis van gepeupel?

gepeupel betekent: (maatschappij) het gewone volk, de laagste klasse

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. maatschappij (maatschappij) het gewone volk, de laagste klasse
  2. maatschappij, pejoratief (maatschappij) , (pejoratief) volk van laag allooi, gespuis

Voorbeelden van "gepeupel" in een zin

  • Zij had in de straten van Parijs het op bloed beluste gepeupel gezien, dat was opgehitst door fanatici als Marat, Danton en Robespierre. Zij had meegemaakt hoe familieleden en vrienden eindigden onder de guillotine en had zelf moeten vluchten. Zij begreep dat politiek niet alleen een zaak van beginselen, ideeën en regels was, maar dat emoties, verwachtingen, frustraties, rancune en moeilijk definieerbare verschijnselen als mentaliteit en identiteit een minstens even grote rol speelden. NRC Rob Hartmans 18 oktober 2016
  • Ze had een hautaine, zowel gekwetste als neerbuigende blik, alsof ze een dichteres was die zich met tegenzin onder het ongevoelige gepeupel begaf. `Frarwaise; fluisterde de grote Griek en hij keek mij aan met een veelbetekenende blik, waarvan ik niet goed wist wat die betekende.

Betekenis en uitleg van gepeupel

Het woord 'gepeupel' verwijst naar een grote groep mensen die vaak als onbeduidend of minderwaardig wordt beschouwd. Het wordt gebruikt om het volk in het algemeen aan te duiden, vaak met een negatieve connotatie, alsof ze onbelangrijk of ongecultiveerd zijn.

Je gebruikt 'gepeupel' meestal in situaties waarin je de massa of het gewone volk beschrijft, vaak met een zekere minachting. Het woord kan ook impliceren dat de spreker zichzelf boven deze groep plaatst. Het heeft een negatieve nuance en kan als kwetsend worden ervaren, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • De elite kijkt met een zekere neiging op het gepeupel neer tijdens de jaarlijkse gala's.
  • In het debat over sociale ongelijkheid werd het gepeupel vaak als slachtoffer genoemd van de economische crisis.
  • De politicus sprak over de zorgen van het gepeupel, maar zijn woorden leken meer op een loze belofte.

Woordoorsprong

Het woord 'gepeupel' stamt af van het Franse 'peuple', wat 'volk' betekent, en heeft door de tijd heen een negatieve bijklank gekregen in het Nederlands.

Veelgestelde vragen over gepeupel

Wat is de betekenis van gepeupel?

gepeupel betekent: (maatschappij) het gewone volk, de laagste klasse

Hoeveel betekenissen heeft gepeupel?

gepeupel heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft gepeupel?

gepeupel is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van gepeupel?

Synoniemen van gepeupel zijn: goegemeente, grauwZelfstandig naamwoord, plebs, canailleNederlands, crapuul.

Hoe gebruik je gepeupel in een zin?

Voorbeeld: “Zij had in de straten van Parijs het op bloed beluste gepeupel gezien, dat was opgehitst door fanatici als Marat, Danton en Robespierre. Zij had meegemaakt hoe familieleden en vrienden eindigden onder de guillotine en had zelf moeten vluchten. Zij begreep dat politiek niet alleen een zaak van beginselen, ideeën en regels was, maar dat emoties, verwachtingen, frustraties, rancune en moeilijk definieerbare verschijnselen als mentaliteit en identiteit een minstens even grote rol speelden. NRC Rob Hartmans 18 oktober 2016

Etymologie

* het gewone volk