plofklank

mannelijk (de)/ˈplɔfklɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een medeklinker die geproduceerd wordt met een volledige obstructie ergens in het spraakkanaal
    In het Nederlands worden stemhebbende plofklanken, net als stemhebbende sisklanken, aan het eind van een lettergreep stemloos gemaakt.

Vertalingen

Engelsplosive
Spaansconsonante explosiva
Russischсмычный
Japans破裂音
Zweedsklusil