pocherij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. op een te trotse manier zeggen of laten zien hoe goed je wel bent
    Is het pocherij? Dat bestrijd ik. Je boekenbezit is toch een deel van je particuliere geschiedenis. Ze langs de wanden van je kamers te zien staan biedt tevredenheid en rust: er is altijd wat te lezen. Ik loop er nu weleens langs met mijn kinderen: “Dit zou je moeten lezen, en dit. En o, dit is zo’n mooi boek.” HP de Tijd FRANK POORTHUIS 9 MRT 2012 [https://www.hpdetijd.nl/2012-03-09/bol/ Bol]
    Ընկերներ և ծանոթներ, Բարի՜ վերադարձ! De schaarse bollebozen onder u weten onmiddellijk dat het hier de traditionele Armeense vriendengroet betreft. Dit is geen fanfaronnade, noch pocherij met mijn alom geprezen polyglotheid, want ik heb een en ander ook maar gewoon uit de vertaalmachine van Google getrokken. HP de Tijd MR. G.H.B. HILTERMANN 29 OKT 2018 [https://www.hpdetijd.nl/2018-10-29/parel-armenie/ Hiltermann bezoekt de parel van de Kaukasus: Armenië]

Etymologie

* afleiding van pochen