politicoloog
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (politiek) iemand die afgestudeerd is in de politicologie en politicologie bedrijftSommige experts gaan ervan uit dat hij, als zijn gezondheid het toelaat, nog tot en met 2033 leider blijft. Dan zou hij bijna 80 jaar zijn. „Ik denk dat hij keizer voor het leven wil worden, de Mao Zedong van de 21e eeuw”, zegt Willy Lam, professor politicologie aan de Chinese universiteit van Hongkong, tegen persbureau AFP.de Telegraaf MARCEL VINK 25 feb. 2018Op Buitenlandse Zaken is de politicoloog Jacek Czaputowicz benoemd. Op Defensie verschijnt Mariusz Blaszczak, die tot nu op Binnenlandse Zaken zat.de Telegraaf 09 jan. 2018Natuurlijk is er door het grote leeftijdsverschil wel sprake van een generatiekloof. “Hij is een stuk conservatiever dan de meeste mensen van ‘nu’. Maar omdat ik politicologie studeer, levert dat alleen maar hele interessante gespreksstof op. Wanneer ik samen met mijn vriend op bezoek ga, dan zitten we met zijn vieren - en een fles wijn - tot diep in de nacht te praten over van alles en nog wat."de Telegraaf MARIËLLE WISSE 19 nov. 2017
Etymologie
* afleiding van politicologie
Vertalingen
Engelspolitical scientist
Franspolitologue, politicologue
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek