politicus
mannelijk (de)/poˈlitiˌkʏs/
Wat is de betekenis van politicus?
politicus betekent: (beroep) (politiek) iemand die zich beroepsmatig met politiek bezighoudt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (politiek) iemand die zich beroepsmatig met politiek bezighoudt
Voorbeelden van "politicus" in een zin
- Deze politicus hoeft zich geen al te grote zorgen te maken over de volgende verkiezingen.
- Eerder werd al bekend dat verdachte Tetsuya Yamagami wrok tegen Abe koesterde, omdat de politicus volgens hem verbonden was aan een religieuze groep. Het is niet duidelijk waarom de 41-jarige man uiteindelijk Abe als slachtoffer koos.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘staatsman’ voor het eerst aangetroffen in 1629
Vertalingen
Engelspolitician
Franspoliticien
Deenspolitiker
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek