scheel

onzijdig (het)/sxeːl/

Wat is de betekenis van scheel?

scheel betekent: het gebrek hebbend dat de oogassen niet op eenzelfde punt gericht kunnen worden

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. het gebrek hebbend dat de oogassen niet op eenzelfde punt gericht kunnen worden
zelfstandig naamwoord
  1. deksel
  2. verschil
  3. scheiding
  4. schedel
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schelen
  2. gebiedende wijs van schelen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schelen

Voorbeelden van "scheel" in een zin

  • De man moet een bril dragen doordat hij schele ogen heeft.
  • Ik scheel.
  • Scheel!
  • Scheel je?

Betekenis en uitleg van scheel

Het woord 'scheel' verwijst naar een afwijking in de oogstand, waarbij één of beide ogen niet goed zijn uitgelijnd. Dit kan ervoor zorgen dat iemand scheel kijkt, wat soms een grappige of aandoenlijke indruk kan wekken.

Je gebruikt 'scheel' vaak in informele gesprekken, bijvoorbeeld wanneer je iemand wilt beschrijven die met een scheve blik kijkt. Het kan ook verwijzen naar een speelse of onhandige manier van kijken, waardoor het soms ook een luchtige connotatie heeft. In sommige gevallen kan het ook als een bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt om iets of iemand als ongewoon of excentriek te beschrijven.

Voorbeelden

  • De jongen keek scheel naar de kleurrijke ballonnen die in de lucht zweefden.
  • Ze had een scheele blik toen ze de puzzelstukken niet meer kon vinden.
  • Met zijn schele ogen kon hij nooit precies zien waar de bal heen ging.

Woordoorsprong

De oorsprong van het woord 'scheel' is niet helemaal duidelijk, maar het is mogelijk verwant aan het Oudnederlandse woord 'skele', dat ook naar scheef of krom verwijst.

Veelgestelde vragen over scheel

Wat is de betekenis van scheel?

scheel betekent: het gebrek hebbend dat de oogassen niet op eenzelfde punt gericht kunnen worden

Hoeveel betekenissen heeft scheel?

scheel heeft 8 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft scheel?

scheel is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je scheel in een zin?

Voorbeeld: “De man moet een bril dragen doordat hij schele ogen heeft.

Etymologie

In de betekenis van ‘loens’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

afskeel
Duitsschielend
Engelscross-eyed
Italiaansstrabico
lisjael
papskel
Spaansbisojo, bizco
Zweedsskelögd, vindögd