schema

onzijdig (het)/ˈsxema/

Wat is de betekenis van schema?

schema betekent: een goed uitgewerkt plan

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een goed uitgewerkt plan
  2. een grafische weergave van de relaties tussen de onderdelen van een plan, theorie of organisatie

Voorbeelden van "schema" in een zin

  • We liggen nog aardig op schema.
  • We kunnen de koolstofkringloop is het onderstaande schema weergeven.

Betekenis en uitleg van schema

Een schema is een overzichtelijke weergave van informatie, vaak in de vorm van een diagram of tabel. Het helpt om complexe data of processen inzichtelijk te maken, zodat je in één oogopslag kunt zien hoe iets in elkaar zit.

Je gebruikt het woord 'schema' vaak in educatieve contexten, zoals lesplannen of studieroosters, maar ook in professionele omgevingen, bijvoorbeeld voor projectplanning. Een schema kan de structuur van ideeën of tijdlijnen verduidelijken, waardoor het makkelijker wordt om taken te organiseren en prioriteiten te stellen. Het heeft vaak een visuele component, wat het begrip vergemakkelijkt.

Voorbeelden

  • Het studeerschema dat ik heb gemaakt, helpt me om mijn tijd beter in te delen voor de examens.
  • Tijdens de vergadering toonde de projectmanager een schema van de voortgang van ons team, zodat iedereen op de hoogte was van de deadlines.
  • In mijn agenda staat een schema voor de komende week, waarin al mijn afspraken en deadlines duidelijk zijn weergegeven.

Woordoorsprong

Het woord 'schema' komt van het Griekse 'schēma', wat 'vorm' of 'uiterlijk' betekent. Het heeft door de tijd heen een bredere betekenis gekregen, vooral in de context van structuren en systemen.

Veelgestelde vragen over schema

Wat is de betekenis van schema?

schema betekent: een goed uitgewerkt plan

Hoeveel betekenissen heeft schema?

schema heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft schema?

schema is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je schema in een zin?

Voorbeeld: “We liggen nog aardig op schema.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘overzicht’ voor het eerst aangetroffen in 1648

Vertalingen

Engelsmodel, pattern, scheme
Fransschéma
DuitsSchema
Spaanscuadro, esquema