schema
onzijdig (het)/ˈsxema/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een goed uitgewerkt planWe liggen nog aardig op schema.
- een grafische weergave van de relaties tussen de onderdelen van een plan, theorie of organisatieWe kunnen de koolstofkringloop is het onderstaande schema weergeven.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘overzicht’ voor het eerst aangetroffen in 1648
Vertalingen
Engelsmodel, pattern, scheme
Fransschéma
DuitsSchema
Spaanscuadro, esquema
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek