schrobber

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. borstel waarmee men vuil kan verwijderen van iets
    En het was allemaal zo goed bedoeld. Voor een programma rond stadsverfraaiing stuurde Melbourne een team schoonmakers uit. Gewapend met schrobbers, borstels en verf zouden ze het straatbeeld weer fatsoeneren. Een witte tornado was er niets bij, Mister Proper een sukkel. de Standaard 29 APRIL 2010 Geert Sels , Jan Van Hove [http://www.standaard.be/cnt/ea2pjovu Herkennen is de kunst]
  2. persoon die met een borstel iets schoonmaakt
    En zo stond ik een ochtend al vroeg te schrobben. De hele nacht had hij geweekt, terwijl ik woelig sliep. Hij is een oude ovenschotel. Dit keer was hij zo zwart als nooit voorheen geworden. Wij vreesden dat we hem na al die jaren moesten opgeven. Van alle keukendingen bezorgen ovenschotels de schrobber de meeste voldoening. de Standaard 12 MAART 2016 OM 03:00 UUR | Bernard Dewulf [http://www.standaard.be/cnt/dmf20160310_02175808 Schotel]

Etymologie

* van schrobben

Vertalingen

Engelsscrubbing brush, scrubber, cleaner