schuim
onzijdig (het)/sxœym/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat veel luchtbellen bevatMaar je kan een mui herkennen: er slaan daar geen golven om en er is weinig schuim.
- (pejoratief) groep personen van laag maatschappelijk allooiDat is het schuim der natie.
Etymologie
* In de betekenis van ‘blaasjes op vloeistof’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelsfoam, waste
Fransmousse
DuitsSchaum
Spaansespuma, escoria
Poolspiana
Deensskum
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek