schuim

onzijdig (het)/sxœym/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat veel luchtbellen bevat
    Maar je kan een mui herkennen: er slaan daar geen golven om en er is weinig schuim.
  2. pejoratief (pejoratief) groep personen van laag maatschappelijk allooi
    Dat is het schuim der natie.

Etymologie

* In de betekenis van ‘blaasjes op vloeistof’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsfoam, waste
Fransmousse
DuitsSchaum
Spaansespuma, escoria
Poolspiana
Deensskum