slaakt
Wat is de betekenis van slaakt?
slaakt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slaken
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slaken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slaken
- gebiedende wijs meervoud van slaken
Voorbeelden van "slaakt" in een zin
- Jij slaakt.
- Hij slaakt.
- Slaakt!
- Bibi valt op de grond, grijpt naar haar enkel en slaakt een gilletje.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek