spiegel
Wat is de betekenis van spiegel?
spiegel betekent: (meubel), (natuurkunde), (optica) voorwerp dat licht (en andere soorten elektromagnetische straling) weerkaatst volgens de regel: "hoek van inval = hoek van terugkaatsing"
Betekenis
- (meubel), (natuurkunde), (optica) voorwerp dat licht (en andere soorten elektromagnetische straling) weerkaatst volgens de regel: "hoek van inval = hoek van terugkaatsing"
- (scheepvaart) vlakke achtersteven van een schip
- (jachttaal) wit stukje vacht op het achterste van een ree
- (biologie) (medisch) concentratie van bepaalde stoffen in het bloed
- spiegelglad oppervlak (bijv. -> zeespiegel)
- een overzicht bijv. beroepenspiegel, medaillespiegel etc.
Voorbeelden van "spiegel" in een zin
- Hij zag in zijn spiegel een achteropkomende auto aankomen.
- In de badkamer met een grote spiegel in een vergulde lijst was er met zichtbare tegenzin een moderne douchecabine aangebracht naast de antieke badkuip van email, die op vier bronzen pootjes in de vorm van leeuwenklauwen stond.
- Op een avond vond ik een kleine ronde spiegel in de struiken en besloot ik mijn haar te knippen.
- De buitenboordmotor is aan de spiegel van het jacht bevestigd.
Betekenis en uitleg van spiegel
Een spiegel is een object met een reflecterende oppervlakte, meestal van glas, dat ons in staat stelt onszelf te zien. Het wordt vaak gebruikt om ons uiterlijk te controleren of om een ruimte groter te laten lijken door licht te weerkaatsen.
Spiegels vind je in veel dagelijkse situaties, zoals in badkamers, kleedkamers en op muren van interieurs. Ze worden niet alleen gebruikt voor praktische doeleinden, maar ook voor decoratie en het creëren van sfeer. Daarnaast symboliseren spiegels ook vaak zelfreflectie en het ontdekken van de waarheid, zowel letterlijk als figuurlijk.
Voorbeelden
- Ze keek in de spiegel om te zien of haar haar goed zat voor de afspraak.
- De kunstenaar gebruikte een spiegel om de juiste verhoudingen van zijn portret te controleren.
- In de hal hing een grote spiegel die de ruimte een gevoel van diepte gaf.
Woordoorsprong
Het woord 'spiegel' komt van het Middelnederlandse 'spieghel', dat verwant is aan het Oudhoogduitse 'spiegal', wat ook 'spiegel' betekent.
Veelgestelde vragen over spiegel
Wat is de betekenis van spiegel?
spiegel betekent: (meubel), (natuurkunde), (optica) voorwerp dat licht (en andere soorten elektromagnetische straling) weerkaatst volgens de regel: "hoek van inval = hoek van terugkaatsing"
Hoeveel betekenissen heeft spiegel?
spiegel heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft spiegel?
spiegel is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je spiegel in een zin?
Voorbeeld: “Hij zag in zijn spiegel een achteropkomende auto aankomen.”
Etymologie
* Leenwoord uit middeleeuws Latijn spēglum (waaruit Italiaans speglio), uit klassiek speculum. Evenzo ontleend zijn Nederduits Spegel, Duits Spiegel en Fries spegel.