standrecht

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeer snelle, strenge, informele berechtiging (m.n. executies) door militaire of ad hoc rechters
    Op vrijdagavond 30 april vaardigde de hoogste bevelhebber, ss'er Rauter, het bevel uit dat iedereen zaterdag om to.00 uur weer op zijn werk moest zijn op straffe van de dood. Tegelijkertijd werd het standrecht afgekondigd; men kon geëxecuteerd worden zonder vorm van proces. In geheel Twente moesten bedrijven op zaterdagmorgen 1 mei om 9.30 uur lijsten aangeleverd hebben met de mensen die niet op het werk waren verschenen. {{Aut|Scholten, Jaap
    De rellen zijn voorbij, maar de staat van beleg en het standrecht zijn nog niet opgeheven. De van hogerhand verspreide gruwelverhalen over spartakistische verschrikkingen in Lichtenberg zijn grotendeels als leugens ontmaskerd. Hun doel, de invoering van het standrecht, hebben ze bereikt.Volkskrant 15 maart 2016 dagboek BERLIJN, 15 MAART 1919

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘snelle berechting door militaire rechters’ voor het eerst aangetroffen in 1740

Vertalingen

Engelssummary justice
Fransjustice sommaire
DuitsStandrecht
Spaansprocedimiento sumarísimo