startschot
onzijdig (het)/ˈstɑrtsxɔt/
Wat is de betekenis van startschot?
startschot betekent: een schot dat het begin van de wedstrijd aangeeft
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een schot dat het begin van de wedstrijd aangeeft
- sein dat een activiteit is begonnen
Voorbeelden van "startschot" in een zin
- Blakend van vertrouwen was al bij het inrijden elke klap raak. Als een roofdier gleed de 30-jarige schaatsster over het ijs. Na het startschot direct op jacht, een eerste kruising over haar Russische tegenstandster Natalia Voronina heen, eerste volle ronde in een ‘mannentijd’ van 29.8 seconden. „Het begin ging heel lekker”, blikte Wüst terug. Pas in de laatste twee ronden moest het ritme omhoog om het verval te beperken. Zoals Gianni Romme in zijn beste tijd vocht ze zich naar het einde. „Op het laatst ging ik helemaal kapot.” NRC Maarten Scholten 9 februari 2017
- Aanleiding is de bekentenis van de Italiaanse politicus Luca Volonte, dat hij 2,3 miljoen euro aan betalingen ontving, deels aan de vooravond van een stemming in 2013 over mensenrechtenschendingen in Azerbeidzjan. Het land wist toen een veroordeling te voorkomen. Dit was tevens het startschot voor een nieuwe, gewelddadige campagne tegen dissidenten in Azerbeidzjan. NRC Stéphane Alonso 30 januari 2017
- Koning Willem-Alexander en koningin Máxima waren afgelopen weekend in Terneuzen. De koning gaf het startschot voor de viering van 75 jaar vrijheid. Want dit jaar is het 75 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek