stoutheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het stout zijn, het niet braaf zijn, vooral van kinderenVerschillende schrijvers roemen het boek als toonbeeld van verbeeldingskracht, een ode aan stoutheid en kattenkwaad of een onconventioneel verhaal over een autoriteitsconflict. Onder de bewonderaars van Max en de Maximonsters zijn ook kunstenaars, onder wie filmregisseur Spike Jonze, die het in 2009 verfilmde, en romancier Dave Eggers, die het prentenboek tot roman herschreef. NRC 9 mei 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/05/09/schrijver-van-max-en-de-maximonsters-overleden-12313139-a34235 Schrijver van 'Max en de Maximonsters' overleden]Een eenvoudige droom, gegoten in de ‘stoutheid’ van deze tijd, een vleugje sadomasochisme waarvan Friday al liet zien dat het niet tot daden leidt. Niet de erotiek bepaalt het succes van James, maar haar voorspelbaarheid. NRC Louise O. Fresco 10 oktober 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/10/10/mevrouw-staal-en-meneer-grijs-1161740-a1308463 Mevrouw Staal en meneer Grijs]„Wat wel zo is: de stoutheid, de blijmoedigheid is er een beetje af. Jarenlang waren andere fracties jaloers op ons, omdat we een hecht team waren en er bij ons tenminste gelachen werd. En onder Femke hebben we óók zetelverlies gekend. Maar we twijfelden niet aan ons bestaansrecht ofzo. Dat is nu anders.” NRC Annemarie Kas 5 oktober 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/10/05/we-twijfelden-eerder-nooit-aan-ons-bestaansrecht-dat-12525177-a1143760 'We twijfelden eerder nooit aan ons bestaansrecht. Dat is nu anders']
Etymologie
* afleiding van stout
Vertalingen
Engelsnaughtiness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek