straatdeur
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de buitendeur van een gebouw aan de straatkant van dit gebouwDat ze allang weg zijn en alles hier nu anders is, dat hoorde ik stukje bij beetje later, de volgende dag en vandaag, nadat ik navraag had gedaan, maar u was daarbij, waarom vertel ik dit? Ik was als door de bliksem getroffen: de straatdeur stond wagenwijd open, in de kamer waren mensen, een grafkist, in de kist een overledene.
Vertalingen
Engelsfront door, street door
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek