taster

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand die tast
  2. biologie (biologie) een zintuiglijk orgaan van insecten, waarmee informatieve signalen uit de omgeving kunnen worden waargenomen
    De taster van zo'n insect maakt verkenning van de omgeving in het duister mogelijk.
  3. techniek (techniek) een instrument dat geschikt is om een signaal op te wekken met informatie over een spoor, lijn of oppervlak waarover het wordt bewogen, of over de omgeving waarin het zich bevindt
    De taster van het maanwagentje is onklaar geraakt.

Etymologie

* van tasten

Vertalingen

Engelsfeeler, feeler, antenna
Fransantenne, senseur
DuitsFühler, Fühler