termijnhandel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) het kopen en verkopen van goederen voor levering op een toekomstig tijdstip
    de volgende agrarische producten worden o.a. verhandeld: tarwe, mais, sojabonen, suiker, koffie, katoen, cacao, graan, soja, rijst, sinaasappelsap, palmolie, thee, tapioca, sago, varkens, rundvee