toucheren

/xxxx/

Wat is de betekenis van toucheren?

toucheren betekent: (ov) (medisch) inwendig onderzoeken met de vingers

Betekenis

werkwoord
  1. ov, medisch (ov) (medisch) inwendig onderzoeken met de vingers
  2. ov, financieel (ov), (financieel) (een vergoeding) in ontvangst nemen
  3. ov, sport (ov) (sport) aanraken, treffen
  4. ov, verouderd (ov), (verouderd) licht aanraken

Betekenis en uitleg van toucheren

Toucheren betekent letterlijk 'aanraken', maar het wordt vaak gebruikt in de context van muziek of kunst. Het verwijst naar het subtiel beïnvloeden of het aanbrengen van een persoonlijke toets in een creatief werk.

Je kunt het woord 'toucheren' gebruiken wanneer je het hebt over het toevoegen van een unieke stijl of flair aan iets, zoals een muziekstuk of een schilderij. Het impliceert dat er een gevoel of emotie wordt overgebracht door middel van een delicate aanraking. Deze term wordt vaak gebruikt in artistieke kringen waar persoonlijke expressie centraal staat.

Voorbeelden

  • De pianist touchereerde het stuk met zo veel gevoel dat het publiek ademloos luisterde.
  • De kunstenaar besloot haar schilderij te toucheren met extra kleuren om de sfeer te versterken.
  • Tijdens de repetitie liet de dirigent de muzikanten hun eigen toucheren aan de uitvoering toevoegen.

Woordoorsprong

Het woord is afgeleid van het Franse 'toucher', wat 'aanraken' betekent. Het heeft zijn weg gevonden naar het Nederlands in de context van kunst en muziek.

Veelgestelde vragen over toucheren

Wat is de betekenis van toucheren?

toucheren betekent: (ov) (medisch) inwendig onderzoeken met de vingers

Hoeveel betekenissen heeft toucheren?

toucheren heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Wat zijn synoniemen van toucheren?

Synoniemen van toucheren zijn: aankomen, beroeren, krijgen, ontvangen.

Etymologie

* Afgeleid van het Franse toucher (). In de betekenis van ‘licht aanraken’ voor het eerst aangetroffen in 1228

Vertalingen

Engelstouch, receive
Franstoucher
Spaanstocar, obtener, recibir