Trouwen
Wat is de betekenis van Trouwen?
Trouwen betekent: (erga) het aangaan van een officiële verplichting tussen twee personen om voor elkaar te zorgen
Betekenis
- (erga) het aangaan van een officiële verplichting tussen twee personen om voor elkaar te zorgen
- (ov) twee personen in de echt verbinden
Voorbeelden van "Trouwen" in een zin
- Op 3 juli ga ik trouwen met mijn vriendin.
- Ik heb nooit alleen gewoond, ik ben altijd met anderen op pad en ik ga met mijn gezin op vakantie of met vrienden een weekendje weg. Een doodgewone veertiger met een eigen bedrijf, twintig jaar getrouwd, vader van drie, die elke zondag het gras maait.
- Wat was het probleem? Oorlog was oorlog, maar dat zou jonge mensen er niet van moeten weerhouden te trouwen, eerder andersom.
- Dat is de dominee die ons getrouwd heeft.
Betekenis en uitleg van Trouwen
Trouwen is het ceremonieel verbinden van twee mensen in een romantische relatie, vaak met de intentie om samen verder te gaan in het leven. Het is een belangrijke stap die meestal gepaard gaat met een feestelijke viering en wettelijke erkenning.
Het woord 'trouwen' gebruik je vaak in de context van liefde en toewijding. Het kan zowel religieus als seculier gebeuren, afhankelijk van de wensen van het paar. Trouwen heeft ook juridische implicaties, zoals het delen van bezittingen en verantwoordelijkheden, en kan een belangrijke mijlpaal in het leven van twee mensen zijn.
Voorbeelden
- Jasper en Emma hebben besloten om in het voorjaar te trouwen in een prachtig kasteel.
- Na jaren van samenwonen, hebben ze eindelijk de stap gezet om te trouwen en hun liefde officieel te bevestigen.
- Tijdens de bruiloft gaven ze elkaar beloftes die hun huwelijk zouden versterken, nu ze gaan trouwen.
Woordoorsprong
Het woord 'trouwen' stamt af van het Oudnederlands 'trouwen', dat 'verbonden zijn' betekent. Dit is verwant aan het woord 'trouw', wat loyaliteit en betrouwbaarheid impliceert.
Veelgestelde vragen over Trouwen
Wat is de betekenis van Trouwen?
Trouwen betekent: (erga) het aangaan van een officiële verplichting tussen twee personen om voor elkaar te zorgen
Hoeveel betekenissen heeft Trouwen?
Trouwen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je Trouwen in een zin?
Voorbeeld: “Op 3 juli ga ik trouwen met mijn vriendin.”
Etymologie
*afgeleid van trouw
Uitdrukkingen
- Beter te trouwen dan te branden
- Met de handschoen trouwen
- Over de puthaak getrouwd zijn
- Zo zijn we niet getrouwd — op die manier iets niet afgesproken hebben