trouwt

/trɑu̯t/

Wat is de betekenis van trouwt?

trouwt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trouwen

Betekenis

werkwoord
  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trouwen
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trouwen
  3. verouderd_in_het_nederlands gebiedende wijs meervoud van trouwen

Voorbeelden van "trouwt" in een zin

  • Jij trouwt.
  • Hij trouwt.
  • Trouwt!

Betekenis en uitleg van trouwt

Het woord 'trouwt' verwijst naar het moment waarop twee mensen officieel met elkaar in een huwelijksverbond treden. Dit kan zowel in een religieuze als in een burgerlijke ceremonie plaatsvinden, waarbij de partners elkaar beloven samen verder te gaan in het leven.

Je gebruikt 'trouwt' meestal in de context van huwelijksceremonies en relationele verplichtingen. Het woord kan zowel een viering als een juridische overeenkomst impliceren, afhankelijk van de situatie. 'Trouw' kan daarnaast ook verwijzen naar de toewijding die partners aan elkaar beloven, wat het woord een emotionele lading geeft.

Voorbeelden

  • Na jaren van samenleven hebben ze eindelijk besloten dat ze gaan trouwen.
  • Tijdens de ceremonie zei de bruid dat ze haar leven met hem wil delen omdat ze van hem houdt en hij haar beste vriend is, en ze trouwt met hem met volle overtuiging.
  • Op het feest na de huwelijksceremonie vertelde een vriend dat hij nooit had gedacht dat ze zo snel zouden trouwen.

Woordoorsprong

Het woord 'trouwen' komt van het Oudnederlands 'trouwen', wat verbonden of gebonden betekent. Dit verwijst naar de verbintenis die het huwelijk met zich meebrengt.

Veelgestelde vragen over trouwt

Wat is de betekenis van trouwt?

trouwt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trouwen

Hoeveel betekenissen heeft trouwt?

trouwt heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je trouwt in een zin?

Voorbeeld: “Jij trouwt.