uitbuiter

mannelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van uitbuiter?

uitbuiter betekent: iemand die misbruik maakt van iemand

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die misbruik maakt van iemand

Voorbeelden van "uitbuiter" in een zin

  • Tot slot voert Nederland het debat over de wijze waarop het zijn grote zeehelden kan herdenken. De lont werd in het kruitvat gestoken door het kunst­instituut Witte de With, genoemd naar een 17de-eeuwse admiraal die berucht is om zijn wreedheid en betrokkenheid bij de slavenhandel. Dat instituut wil nu zijn naam veranderen, omdat het niet langer met deze ‘koloniale uitbuiter’ wil worden geassocieerd. In de nasleep ervan vragen sommigen zich af wat we moeten doen met de beelden van helden als Piet Hein en Michiel de Ruyter.de Standaard 30 SEPTEMBER 2017
  • Advocaten van de komiek noemden Hill 'een leugenaar en uitbuiter die op zoek is naar geld'. Zij vond die uitlating kwetsend en klaagde Cosby aan voor laster. Een rechter oordeelde donderdag echter dat de uitspraak slechts een mening was en ziet daarom geen grond voor een lasterzaak.[https://www.telegraaf.nl/entertainment/449927/lasterzaak-tegen-bill-cosby-van-tafel Lasterzaak tegen Bill Cosby van tafel] — De Telegraaf, 21 januari 2016

Betekenis en uitleg van uitbuiter

Een uitbuiter is iemand die profiteert van de zwakheid of de nood van anderen. Dit kan op verschillende manieren gebeuren, zoals financieel, emotioneel of sociaal, waarbij de uitbuiter vaak geen rekening houdt met de gevolgen voor de ander.

Het woord 'uitbuiter' wordt vaak gebruikt in situaties waarin iemand op een ongepaste manier gebruikmaakt van de hulpeloosheid van een ander. Dit kan bijvoorbeeld optreden in arbeidsomstandigheden, waar een werkgever mensen onderbetaalt of uitbuit voor extra werk zonder compensatie. De term heeft meestal een negatieve connotatie, wat aangeeft dat de uitbuiter moreel verwerpelijk handelt.

Voorbeelden

  • De uitbuiter op de markt bood goedkope producten aan, maar de kwaliteit was zo slecht dat klanten vaak teleurgesteld waren.
  • In de documentaire werd een uitbuiter blootgelegd die kwetsbare groepen in de samenleving benadeelde door hen hoge rente te vragen op leningen.
  • Ze realiseerde zich pas later dat haar oude vriend in feite een uitbuiter was, die haar alleen gebruikte voor zijn eigen gewin.

Woordoorsprong

Het woord 'uitbuiter' is afgeleid van het werkwoord 'uitbuiten', wat betekent 'ten volle benutten' of 'misbruiken'. Dit woord heeft zijn oorsprong in het Middelnederlands en is verwant aan termen die te maken hebben met exploitatie.

Veelgestelde vragen over uitbuiter

Wat is de betekenis van uitbuiter?

uitbuiter betekent: iemand die misbruik maakt van iemand

Welk woordgeslacht heeft uitbuiter?

uitbuiter is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van uitbuiter?

Synoniemen van uitbuiter zijn: exploteerder, profiteur, uitknijper, uitperser, uitzuiger.

Hoe gebruik je uitbuiter in een zin?

Voorbeeld: “Tot slot voert Nederland het debat over de wijze waarop het zijn grote zeehelden kan herdenken. De lont werd in het kruitvat gestoken door het kunst­instituut Witte de With, genoemd naar een 17de-eeuwse admiraal die berucht is om zijn wreedheid en betrokkenheid bij de slavenhandel. Dat instituut wil nu zijn naam veranderen, omdat het niet langer met deze ‘koloniale uitbuiter’ wil worden geassocieerd. In de nasleep ervan vragen sommigen zich af wat we moeten doen met de beelden van helden als Piet Hein en Michiel de Ruyter.de Standaard 30 SEPTEMBER 2017

Etymologie

* afgeleid van uitbuiten

Vertalingen

Engelsbloodsucker, capitalist, extortionist